programma

Joe Cocker Tribute Shingles

Joe Cocker

  • zaterdag
  • 15:20
  • pdm

Joe Cocker begint in zijn tienerjaren met het maken van muziek als drummer in verschillende bandjes. In 1964 brengt hij zijn eerste single ‘I’ll Cry Instead’ uit als onderdeel van de groep Vance Arnold and The Avengers. Hij wordt in 1967 ontdekt en mag zijn eerste plaat opnemen. Samen met pianist Chris Stainton brengt hij in ’68 het nummer ‘Marjorine’ uit en wordt een bescheiden hit in Engeland. Later dat jaar breekt hij door met de Beatlescover ‘With A Little Help From My Friends’.

Later gevolgd met het gelijknamige album. Hij wordt op het album begeleid door onder andere Steve Winwood en Jimmy Page. Een succesvolle tournee volgt en een optreden op het Woodstock Music And Art Festival. Tijdens de tournee ontmoet hij pianist Leon Russell. De twee werken samen aan zijn tweede album Joe Cocker!. De single ‘Delta Lady’ en de Beatlescover ‘She Came In Through The Bathroom Window’ halen internationaal hoge hitnoteringen. Op het album staan ook covers van Bob Dylan en Leonard Cohen. In 1970 brengt Cocker het livealbum Mad Dogs And Englismen uit. Het is de naam van de groep muzikanten plus aanhang waarmee Cocker in dat jaar door Amerika toert. Hij brengt in deze tijd de singles ‘The Letter’, ‘Cry Me A River’, ‘High Time We Went’, ‘Feeling Alright’, ‘Midnight Rider’, ‘Woman To Woman’ en ‘Pardon Me Sir’ uit.

De zanger begint na een jaar rust aan een tournee met Stainton die hem door heel Europa, Amerika en Australië brengt. Hij komt eind ’72 gebroken thuis van deze slopende tour, raakt drugsverslaafd en laat zich opnemen in een afkickkliniek. In ’74 vormt hij een nieuwe band samen met trombonist Jim Price. Hij keert samen met Price terug op de Amerikaanse podia. Ze nemen samen het album I Can Stand A Little Rain op. De nummers van het album behalen alleen in de Verenigde Staten de hitlijsten. Zijn ‘You Are So Beautiful’ is een cover van Billy Preston en wordt een grote hit in de Verenigde Staten. Er komen steeds meer berichten naar buiten over de slechte gezondheid van Joe Cocker na zijn intense tours. Hij blijft desondanks onverminderd productief. In ’76 brengt hij Stingray uit en twee jaar later Luxury You Can Afford.

Een lange stilte en geldproblemen later keert Cocker terug op het hoogste podium in 1982. Hij brengt dat jaar Sheffield Steel uit en neemt samen met Jennifer Warnes ‘Up Where We Belong’ op voor de film An Office And A Gentlemen. Voor het nummer ontvangt het duo een Grammy Award. Ook al brengt het volgende album Civilized Man (1983) geen grote hits voort, Cocker treedt meer op dan ooit. In 1986 brengt hij zijn alweer tiende studioalbum Cocker uit. Het album is een ode aan zijn moeder Marjorie Cocker. De single ‘You Can Leave Your Hat On’ wordt wereldbekend mede door de striptease scène uit de film 9½ Weeks. Joe Cocker ontvangt in 1987 een Grammynominatie voor zijn nieuwe album Unchain My Heart. Hij staat in ’88 in Nederland op Pinkpop en in een uitverkocht Ahoy’. Na het grote succes in de jaren '70 en zijn comeback in de jaren ’80 brengt Joe Cocker nog tien albums uit.

Piet Hakkens, Albert van Boekel, Theo van Dooren, Kees van den Broek, Lambert Rombouts, Ton Lavrijsen, Egbert Daal, Willy Stessens, Sabrina van der Straaten en Neeltje van Boekel presenteren zijn hits op 24 augustus!